asbak
mannelijk (de)/ˈɑzbɑk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- opvangbak voor as en peuken van sigaretten en sigarenVroeger waren er in de treinen en bussen asbakken aanwezig want in trein en bus mocht je gewoon roken.Hockney houdt zijn sigaret omhoog, de askegel valt op de grond. ‘Heeft iemand een asbak voor David?’ de Volkskrant John Schoorl25 februari 2019 [https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/81-jarige-kunstenaar-david-hockney-woont-in-los-angeles-met-zijn-entourage-en-komt-de-dag-door-met-heel-veel-sigaretten-maar-zonder-alcohol~b394910a/ 81-jarige kunstenaar David Hockney woont in Los Angeles met zijn entourage en komt de dag door met heel veel sigaretten, maar zonder alcohol]Ik drukte mijn sigaret uit in de bloempot die ons tot asbak had gediend. Hij deed hetzelfde en sprong overeind om zich over mijn bagage te ontfermen.
Etymologie
*Samenstelling van as "verbrandingsrest" en bak.
Vertalingen
Engelsashtray
Franscendrier
DuitsAschenbecher, Ascher
Spaanscenicero
Italiaansportacenere, posacenere
Portugeescinzeiro
Russischпепельница
Chinees煙灰缸
Japans灰皿, はいざら
Poolspopielniczka
Zweedsaskkop, askfat
Deensaskebæger
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek