ascese

vrouwelijk (de)/ɑ'sezə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie, filosofie (religie) (filosofie) streven naar zuiver gedrag door beteugeling van de begeertes en hartstochten
    Volgelingen van Boeddha betrachten vaak een strenge ascese.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘onthouding’ voor het eerst aangetroffen in 1832

Vertalingen

Spaansascética, ascetismo