asem
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- adem, levenslucht, ademhalingDe benauwde man kon haast geen asem meer krjgen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘ingeademde lucht’ voor het eerst aangetroffen in 1351
Vertalingen
Spaansaliento, respiración
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek