asfalteren

/ɑsfɑlˈterə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) bedekken met een mengsel van bitumen, steentjes en andere stoffen
    Ze zijn de weg opnieuw aan het asfalteren.

Etymologie

*van "asphalter"

Vertalingen

Fransasphalter
Spaansasfaltar
Portugeesabetumar