asregen

mannelijk (de)/ˈɑsreɣə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. door een vulkaan uitgestoten fijn verdeelde verbrandingsresten die uit de lucht neerslaan
    In het jaar 1900 brengt een grote vulkaanuitbarsting Bandar aan de rand van de afgrond. Een gruwelijke asregen daalt op de koffietuinen neer en de oogst wordt nagenoeg vernield.