assistent

mannelijk (de)/ɑsi'stɛnt/

Wat is de betekenis van assistent?

assistent betekent: (persoon) iemand die een ander in diens taak ondersteunt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon (persoon) iemand die een ander in diens taak ondersteunt

Voorbeelden van "assistent" in een zin

  • Zijn assistent zorgde voor het maken van een nieuwe afspraak.
  • Hij is de assistent van de burgemeester.
  • Hij was gekleed in een uniform met de aanduidingen van de SOE en de rang van sergeant, gedoucht en geschoren toen hij op de afrondende afspraak verscheen met kolonel Grumpy, zoals iedereen de chef noemde, en zijn twee assistenten.

Betekenis en uitleg van assistent

Een assistent is iemand die helpt of ondersteunt in een bepaalde taak of rol. Denk aan iemand die een leidinggevende ondersteunt bij administratieve taken of een student die een leraar helpt tijdens lessen.

Het woord 'assistent' wordt vaak gebruikt in professionele omgevingen, zoals op kantoor of in de gezondheidszorg, waar iemand verantwoordelijk is voor het verlichten van de werklast van een ander. Assistenten kunnen in verschillende vormen voorkomen, zoals persoonlijk assistenten, administratief assistenten of zelfs digitale assistenten. De nuance van het woord kan variëren afhankelijk van de context; terwijl sommige assistenten specifieke taken uitvoeren, kunnen anderen een bredere rol hebben in het team.

Voorbeelden

  • De assistent hielp de manager met het organiseren van de vergaderingen en het opstellen van rapporten.
  • Als student-assistent kreeg hij de kans om zijn vaardigheden in het lesgeven verder te ontwikkelen.
  • De digitale assistent op mijn telefoon kan nu afspraken voor me maken en herinneringen instellen.

Woordoorsprong

Het woord 'assistent' komt van het Latijnse woord 'assistere', wat betekent 'bijstaan' of 'helpen'.

Veelgestelde vragen over assistent

Wat is de betekenis van assistent?

assistent betekent: (persoon) iemand die een ander in diens taak ondersteunt

Welk woordgeslacht heeft assistent?

assistent is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je assistent in een zin?

Voorbeeld: “Zijn assistent zorgde voor het maken van een nieuwe afspraak.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘helper’ voor het eerst aangetroffen in 1535

Vertalingen

Engelsassistant
DuitsAssistent, Mitarbeiter, Helfer
Spaansayudante, asistente
Poolsasystent
Zweedsassistent