assistente

vrouwelijk (de)/ɑsisˈtɛntə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouwelijk persoon die ondersteunend werk doet
    Ik verbind u daarvoor door met de assistente.
    'Waarom ga je morgen niet even langs bij de huisarts?' 'Hij ziet me alweer komen. Ik ken zijn assistente beter dan hijzelf.'

Etymologie

*afgeleid van assistent

Vertalingen

Engelsassistant, lady help
Spaansayudante
Poolsasystentka