associatie

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het aan elkaar koppelen of met elkaar in verband brengen
    De associatie van natuurkunde en wiskunde heeft grote voordelen gehad.
    Als we macaroni eten krijg ik altijd een associatie met mijn vakantie in Italië.
  2. economie (economie) een groep onderling samenwerkende (rechts)personen
    De specialisten in het ziekenhuis werken in een associatie samen.
  3. scheikunde (scheikunde) de omkeerbare vereniging van deeltjes tot grotere eenheden
  4. biologie (biologie) het samen voorkomen van planten en dieren
  5. geologie (geologie) het samen voorkomen van gesteenten
  6. astronomie (astronomie) een verzameling sterren
  7. psychologie (psychologie) vrije associatie: in gedachten vrijelijk verschillende zaken met elkaar in verband brengen

Etymologie

*afgeleid van het Franse association of daarvoor van het Latijnse 'associatio'

Vertalingen

Engelsassociation
Fransassociation
Spaansasociación
Portugeesassociação