astroloog
mannelijk (de)/ɑstro'lox/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) een beoefenaar van de astrologie
Etymologie
* Afkomstig van het vroeg Latijnse woord astrologus, afgeleid van het Griekse ἀστρολογία, 'beschouwer van de sterren'
Vertalingen
Engelsastrologer
Fransastrologue
DuitsAstrologe
Spaansastrólogo, astrologe
Russischастролог
Poolsastrolog
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek