atlanticum

onzijdig (het)/ɑtˈlɑntikʏm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geologie (geologie) het eerste warme en vochtige tijdperk na de ijstijd, in Noordwest-Europa derde chron van het tijdvak holoceen, van 7.270 tot 3.710 v. Chr.

Etymologie

*afgeleid van Latijn "mare" "Atlanticum" "Atlantische oceaan", naam in 1876 gebruikt door de Noorse botanicus A.G. Blytt voor een tijd waarin het onder invloed van de oceaan warmer en vochtiger was

Vertalingen

EngelsAtlantic
FransAtlantique
DuitsAtlantikum
SpaansAtlántico