atleet

mannelijk (de)/ɑtlet/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) iemand die grote prestaties op sportief gebied verricht
    Jeroen van Damme was een Nederlandse atleet die vooral op de lange afstanden grote prestaties heeft geleverd

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘worstelaar, iem. die een lichaamssport beoefent’ voor het eerst aangetroffen in 1769

Vertalingen

Engelsathlete
Spaansatleta
Italiaansatleta
Poolsatleta