atletiek

vrouwelijk (de)/ˌɑtləˈtik/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sporttak waarin vooral lopen, springen en werpen aan bod komen
    Veel van de sporten die bij atletiek horen, worden in een sportstadion beoefend.

Etymologie

*afgeleid van atleet

Vertalingen

Engelsathletics
Fransathlétisme
DuitsAthletik
Spaansatletismo
Italiaansatletica
Portugeesatletismo