Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

atrako

mannelijk/vrouwelijk (de)/aˈtrako/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. overval
    De politie probeert met minder capaciteit de criminaliteit op Bonaire terug te dringen. “De criminaliteit is over de hele linie gedaald. Het aantal atrako’s is gedaald”, zegt Korpschef Hildegard Buitink.

Etymologie

* Antiliaans-Nederlands