Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
atrako
mannelijk/vrouwelijk (de)/aˈtrako/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- overvalDe politie probeert met minder capaciteit de criminaliteit op Bonaire terug te dringen. “De criminaliteit is over de hele linie gedaald. Het aantal atrako’s is gedaald”, zegt Korpschef Hildegard Buitink.
Etymologie
* Antiliaans-Nederlands
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek