atropine

mannelijk/vrouwelijk (de)/atro'pinə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde (scheikunde) alkaloïde verkregen uit wolfskers en doornappel, in de geneeskunde o.a. gebruikt bij hartritmestoornissen

Etymologie

* In de betekenis van ‘vergiftig alkaloïde’ voor het eerst aangetroffen in 1856

Vertalingen

Spaansatropina