attaca
mannelijk/vrouwelijk (de)/ɑˈtaka/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- zonder pauze doorgaan met een nieuw deel van een muziekstukVoor mij valt de symfonie in twee delen uiteen. Ik speel het tweede deel attaca: meteen dóór na het eerste deel omdat het tweede deel een volstrekte noodzakelijkheid is na het eerste deel.
- iemand die aangeeft wanneer men moet beginnen
Etymologie
*van "attacca", gebiedende wijs van "attaccare" "verbinden", dus: "verbind!"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek