attaca

mannelijk/vrouwelijk (de)/ɑˈtaka/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zonder pauze doorgaan met een nieuw deel van een muziekstuk
    Voor mij valt de symfonie in twee delen uiteen. Ik speel het tweede deel attaca: meteen dóór na het eerste deel omdat het tweede deel een volstrekte noodzakelijkheid is na het eerste deel.
  2. iemand die aangeeft wanneer men moet beginnen

Etymologie

*van "attacca", gebiedende wijs van "attaccare" "verbinden", dus: "verbind!"