atten

/ˈɑtə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. in één teug een drankje opdrinken
    We hadden al een paar biertjes geat, toen hij nog met een krat aankwam.
    In Nederland werd door de televisiereportage Comazuipen van Bernard Krikke de aandacht gevestigd op studentikoze termen als atten of adje trekken (allebei afgeleid van ad fundum): een glas in één keer leegdrinken.

Etymologie

*Afgeleid van Latijn "ad" "fundum" "tot de bodem" bij een toost geuit als opwekking om het glas ineens 'tot de bodem' leeg te drinken, als begrip ontstaan in de studentenwereld. Van de spellingbeginselen weegt de standaarduitspraak hier zwaarder dan de etymologie, zodat de schrijfwijze niet met -dt- maar met -tt- is, net als bij statten [https://web.archive.org/web/20170412200250/http://taaluniebericht.org/artikel/spelbreker/over-statten-en-atten Over statten en atten (april 2015) op website: taaluniebericht.org]; geraadpleegd 2017-05-22

Vertalingen

Engelschug