aubergine
vrouwelijk (de)/obɛrˈʒinə/
Wat is de betekenis van aubergine?
aubergine betekent: (bloemplanten) , plant uit de nachtschadefamilie
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) , plant uit de nachtschadefamilie
- (groente) purperachtige, vlezige vrucht van deze plant
Voorbeelden van "aubergine" in een zin
- Koop voor mij even twee aubergines in de winkel.
- Ik heb veel te veel gegeten. Van dat wandelen krijg je honger. Hele aubergines zijn erin gegaan, in plakjes weliswaar, maar toch. Ik bekijk mezelf in de spiegel: ik lijk wel vier maanden zwanger.
Etymologie
*van "aubergine"
Uitdrukkingen
- gevulde aubergines
Vertalingen
Engelsaubergine, eggplant, aubergine
Fransaubergine
DuitsAubergine, Eierpflanze, Aubergine
Spaansberenjena
Italiaansmelanzana, melanzana, melanzana
Portugeesberingela
Russischбаклажан
Turkspatlıcan
Poolsbakłażan, oberżyna
Zweedsäggplanta, äggplanta, auberginefärgad
Deensaubergine
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek