audio
mannelijk (de)/ˈɑudijo/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (elektronica) de techniek van het opnemen, verwerken en weergeven van in elektronische signalen omgezet geluid, geluidsverwerkingstechniekVoor zowel video als audio beschikt de studio over de nieuwste apparatuur.
- geluid
Etymologie
*van Latijn "audio", van "audire", "horen"
Vertalingen
Engelsaudio
Spaansaudio
Poolsaudio
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek