audio

mannelijk (de)/ˈɑudijo/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. elektronica (elektronica) de techniek van het opnemen, verwerken en weergeven van in elektronische signalen omgezet geluid, geluidsverwerkingstechniek
    Voor zowel video als audio beschikt de studio over de nieuwste apparatuur.
  2. geluid

Etymologie

*van Latijn "audio", van "audire", "horen"

Vertalingen

Engelsaudio
Spaansaudio
Poolsaudio