aula

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɑula/

Wat is de betekenis van aula?

aula betekent: (bouwkunde) een grote ruimte of zaal in een gebouw

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) een grote ruimte of zaal in een gebouw
  2. bouwkunde, verouderd (bouwkunde), (verouderd) (historisch) binnenplaats, hof
  3. een grote gehoorzaal van een universiteit
  4. een grote zaal voor bijeenkomsten, voorstellingen enz. in een middelbare school, een museum of eenigerlei andere instelling

Voorbeelden van "aula" in een zin

  • De centrale hal van de school functioneerde ook als aula.
  • Haar geest stapte over naar de aula van het uitvaartcentrum waar koffie werd gedronken.
  • De opening van het academisch jaar vond plaats in de aula
  • De school was flink gegroeid en het oude aulaatje was daarmee te klein geworden.

Etymologie

*via Latijn "aula" van αυλή (aulé) "hof, hal"

Vertalingen

Engelsauditorium, assembly hall
DuitsHörsaal, Aula
Spaansaula