aula
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɑula/
Wat is de betekenis van aula?
aula betekent: (bouwkunde) een grote ruimte of zaal in een gebouw
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) een grote ruimte of zaal in een gebouw
- (bouwkunde), (verouderd) (historisch) binnenplaats, hof
- een grote gehoorzaal van een universiteit
- een grote zaal voor bijeenkomsten, voorstellingen enz. in een middelbare school, een museum of eenigerlei andere instelling
Voorbeelden van "aula" in een zin
- De centrale hal van de school functioneerde ook als aula.
- Haar geest stapte over naar de aula van het uitvaartcentrum waar koffie werd gedronken.
- De opening van het academisch jaar vond plaats in de aula
- De school was flink gegroeid en het oude aulaatje was daarmee te klein geworden.
Etymologie
*via Latijn "aula" van αυλή (aulé) "hof, hal"
Vertalingen
Engelsauditorium, assembly hall
DuitsHörsaal, Aula
Spaansaula
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek