auditorium
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gehoor, de gezamenlijke toehoorders
- gehoorzaal
Etymologie
*afgeleid van het Latijnse audīre (horen)
Vertalingen
Engelsaudience, auditory
Spaansauditorio, auditorio, sala de audiciones
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek