autisme

onzijdig (het)/ɑuˈtɪsmə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. psychologie (psychologie) een ontwikkelingsstoornis in de hersenen, zich bij personen uitend in een moeilijk contact maken met de omgeving
    In deze gigantische studie werd in totaal bij 6517 kinderen autisme vastgesteld.
    Hij waarschuwde voor een toename van autisme in het Verenigd Koninkrijk, waar het BMR-vaccin in 1988 algemeen was ingevoerd.

Etymologie

*Afgeleid van het Griekse αυτός (zelf) .

Vertalingen

Engelsautism
Fransautisme
DuitsAutismus
Spaansautismo
Italiaansautismo
Portugeesautismo
Turksotizm
Poolsautyzm