aviateur
mannelijk (de)/avija'tør/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) vlieger, vliegenier
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vlieger’ voor het eerst aangetroffen in 1910
Vertalingen
Engelsairman, aviator
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek