aviatiek
vrouwelijk (de)/avija'tik/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (luchtvaart) luchtvaart
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘luchtvaart’ voor het eerst aangetroffen in 1911
Vertalingen
Engelsaeronautics, aviation
Spaansaviación
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek