avondmaal

onzijdig (het)/ˈavɔntˌmal/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de maaltijd die men 's avonds nuttigt
    Wij eten 's-avonds zo lekker en uitgebreid dat we het avondmaal steevast een diner noemen.
    'Geysery my friend,' roept hij verheugd, me begroetend alsof we elkaar maanden niet hebben gezien, terwijl ik vanmiddag nog aan zijn lange keukentafel heb gezeten om te zien welke schotel hij ging bereiden voor het avondmaal (moshari kokkinisto, kalfsvlees in tomatensaus).
    Het was weer eens een lange, hete dag en ik stopte pas toen ik in een diepe kloof bij een kleine poel met stilstaand groen water aankwam waar het stikte van de muggen. Ik filterde zo snel mogelijk een liter water voor mijn avondmaal en zocht een wat hogerop gelegen plek in de hoop daar wat minder last van de insecten te hebben.
  2. religie (religie) de rituele viering van het laatste avondmaal dat Jesus met zijn leerlingen nuttigde voor zijn terechtstelling aan het kruis
    In protestantse kerken wordt niet iedere zondag avondmaal gevierd.

Vertalingen

Engelsevening meal, supper
DuitsAbendessen
Spaanscena, la Última Cena
Italiaanscena