avondwandeling

vrouwelijk (de)/ˈavɔntˌwɑndəˌlɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voettocht in de avonduren
    Naja, het was een leuke avondwandeling, maar na vandaag had het voor mij niet gehoeven.
    Het lijkt volgens het parket van de provincie Luxemburg te gaan om een onvoorbereide actie. De drie zouden tijdens de avondwandeling geprobeerd hebben om over een muur te klimmen. Daarna gingen twee van de drie mannen over een hek, de derde werd gepakt nadat hij een andere route had genomen.
    'Tijdens mijn avondwandelingen heb ik een man leren kennen die onderdelen van machines repareert: wasmachines, naaimachines, stofzuigers, zelfs computers en mobiele telefoons.