avondwind

mannelijk (de)/'avɔntwɪnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de milde wind die in de avond waait
    Bovenop de gondel van de windmolen wiegt de honderdvijfendertig meter hoge toren zacht heen en weer in de avondwind. NRC Frank Vermeulen 18 september 2013 [https://www.nrc.nl/nieuws/2013/09/18/duitser-is-energiewende-beu-1296705-a1357488 Duitser is ‘Energiewende’ beu]
    Al veel karakteristieker is Albir, kleiner dan Benidorm en veel Spaanser van sfeer. De prachtig gerenoveerde boulevard is ’s avonds de ideale plek om even uit te waaien in de zwoele avondwind. Mooi verlicht en sfeervol door de vele palmbomen is het er goed toeven. Nog afgezien van de vele terrassen tegenover het strand aan de andere kant van de weg. De Telegraaf RIK BOOLTINK 13 apr. 2013 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1117681/costa-blanca-op-en-top-spaans Costa Blanca: Op en top Spaans]
    Even viel een aangename stilte, mild woei de avondwind, we leefden ontdaan van elk verlangen. De Standaard 04 MAART 2013 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20130303_00490199 Seks in het Vaticaan]