axon
/ɑksɔn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (biologie) een uitloper van een zenuwcel waarlangs berichten doorgegeven worden aan belendende cellenDe synaptogenese vangt aan rond 8 weken na de conceptie; synapsen van het axon van één neuron verbinden zich tot op heel korte afstand met de dendrieten van een ander neuron.blz 57. Ontwikkeling en levensloop: liber amicorum Alfons MarcoenStudia psychologicaLuc GoossensUitgeverij Leuven University Press, 2004{{ISBN|905867407X
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek