baanderen
Wat is de betekenis van baanderen?
baanderen betekent: (inerg) onrustig heen en weer lopen, onverschillig lopen, banjeren
Betekenis
werkwoord
- (inerg) onrustig heen en weer lopen, onverschillig lopen, banjeren
- (ov) banderen, van dwarsstrepen voorzien
Voorbeelden van "baanderen" in een zin
- (Rotterdams) Ak genogt geflote en gebaanderd had, wier 'k d'r melig van en ging op de brits legge om te prebeere, of 'k niet een uurtje pitte kon.
- De sperwer is een kleine roofvogel met korte, brede vleugels en een lange staart. De tekening is donkerbruin tot grijs van boven met een krachtig donker gebaanderde staart. De onderzijde is fijn gebaanderd.
Etymologie
#nevenvorm van bandéren onder invloed van baan (?)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek