Baan

mannelijk/vrouwelijk (de)/baːn/

Wat is de betekenis van Baan?

Baan betekent: (economie) het werk, een arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) het werk, een arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer
  2. verkeer (verkeer) een verkeersweg of fysiek afgegrensd weggedeelte, voor rijverkeer of voor het opstijgen en landen van vlieg- en ruimtevaartuigen
  3. natuurkunde (natuurkunde) het traject van een projectiel of hemellichaam
  4. sport (sport) een voor sportwedstrijden geschikt gemaakt, langwerpig en vlak terrein, een rechte of rondgaande weg, of een deel van een vaar- of zwemwater
  5. strook materiaal als (behang-)papier, vloerbedekking, (textiel-)stof,
  6. techniek (techniek) het rechthoekige bovenblad van een aambeeld
  7. militair (militair) een terrein voor het houden van schietoefeningen
  8. dat is van de baan: het gaat niet meer door
  9. iets op de lange baan schuiven: iets uitstellen

Voorbeelden van "Baan" in een zin

  • Ik heb sinds kort een baan bij dat bedrijf.
  • De mensen die na veel aandringen iets wilden zeggen, deden dat anoniem. Ze waren doodsbang voor hun baantje.
  • Pas na het passeren van Kearsarge Pass, toen we de uitgestrekte groene vallei van Kings Canyon in liepen, raakten we aan de praat. Het was fascinerend te horen hoe England zijn leven had ingericht. Hij had duidelijk lak aan conventies en had al jaren geen vaste baan.
  • Die weg bestaat uit twee rijbanen, een fietspad, twee ventwegen en twee voetgangerspaden.
  • De sonde draait nu in een baan om de zon.

Betekenis en uitleg van Baan

Het woord 'baan' verwijst meestal naar een werkplek of een functie waarin iemand werkzaam is. Het kan ook de route beschrijven die iemand volgt, bijvoorbeeld bij het autorijden of het sporten.

Je gebruikt 'baan' vaak in de context van werk, zoals wanneer je het hebt over je huidige baan of het zoeken naar een nieuwe baan. Ook in sport en spel kan 'baan' een rol spelen, zoals in de termen 'bowlen' of 'hardloopbaan'. De nuance ligt in de context: in een professionele setting betekent het vaak een betekenisvolle rol, terwijl het in sport een meer fysieke dimensie heeft.

Voorbeelden

  • Na maanden van solliciteren heb ik eindelijk een baan gevonden die perfect bij me past.
  • De hardlopers stonden klaar om de baan op te gaan voor de grote race.
  • Tijdens het bowlen probeerde ik mijn techniek te verbeteren om een hogere score te behalen.

Woordoorsprong

Het woord 'baan' is afgeleid van het Oudgermaanse 'bana', wat 'pad' of 'weg' betekent. Het heeft zich in de Nederlandse taal ontwikkeld tot de huidige betekenissen die zowel werk als een fysieke route beschrijven.

Veelgestelde vragen over Baan

Wat is de betekenis van Baan?

Baan betekent: (economie) het werk, een arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer

Hoeveel betekenissen heeft Baan?

Baan heeft 9 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft Baan?

Baan is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van Baan?

Synoniemen van Baan zijn: arbeidsplaats, arbeidsovereenkomst, dienstverband, betrekking, aanstelling.

Hoe gebruik je Baan in een zin?

Voorbeeld: “Ik heb sinds kort een baan bij dat bedrijf.

Etymologie

* In de betekenis van ‘betrekking’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1739

Uitdrukkingen

  • ruim baan makende ruimte geven
  • iets op de lange baan schuivenstilletjes van plan zijn iets niet af te handelen
  • iets van de baan schuiveniets niet door laten gaan
  • iets in goede banen leidendreigende problemen voorkomen door goede begeleiding
  • flexibele baaneen baan van een werknemer met een afspraak over een arbeidsduur met een variabele aantal uren per week
  • reguliere baaneen baan van een werknemer met een afspraak over een arbeidsduur met een vast aantal uren per week

Vertalingen

Engelsjob, path, carriageway
Fransemploi, boulot, chaussée
DuitsStelle, Arbeitsstelle, Bahn