vlucht
mannelijk/vrouwelijk (de)/vlʏxt/
Wat is de betekenis van vlucht?
vlucht betekent: (luchtvaart) van vliegen: het zich door luchtruim bewegen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (luchtvaart) van vliegen: het zich door luchtruim bewegen
- (dierkunde) een groep vliegende vogels
- van vluchten: het ontvluchten van bijvoorbeeld gevaar of straf
- (luchtvaart), (techniek) spanwijdte, vleugelwijdte
Voorbeelden van "vlucht" in een zin
- De KLM annuleerde deze vlucht naar Schiphol.
- Veel vakantiegangers weten nog steeds niet of hun vlucht vanaf Schiphol binnenkort doorgaat.
- Ze zijn met een vlucht eerder aangekomen en hebben al een wandeling door de stad gemaakt.
- Een vlucht regenwulpen vloog daar.
- Het leger sloeg op de vlucht.
Etymologie
* van vliegen () of vluchten
Vertalingen
Engelsflight, swarm, run
Fransvol
DuitsFlug
Spaansvuelo, tropel, huida
Poolslot
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek