kringloop

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. proces met periodiek terugkerende stadia
  2. verkorting van kringloopwinkel
    De gezinsvakanties werden financieel neutraal doordat we ons huis verhuurden, en voor zover mogelijk kochten we spullen bij de kringloop.
    "Het is dit jaar voor eerst dat we het effect zo duidelijk zien", zegt voorzitter Rachel Heijne van Kringloop Nederland. "We zien ook dat de kwaliteit van spullen gewoon echt slecht is. Het is kleding die na een paar keer wassen kapot gaat. Die kun je niet in de kringloop verkopen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘recycling’ voor het eerst aangetroffen in 1973

Vertalingen

Engelscycle
DuitsKreislauf
Spaansciclo