kring
mannelijk (de)/krɪŋ/
Wat is de betekenis van kring?
kring betekent: (meetkunde) patroon in de vorm van een cirkel
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (meetkunde) patroon in de vorm van een cirkel
- (maatschappij) groep personen die met elkaar omgaan omdat ze bepaalde belangen of opvattingen delen
- (pregnant) cirkelvormige vlek op een tafelblad, vaak doordat daar een nat glas heeft gestaan
Voorbeelden van "kring" in een zin
- Kinderen, ga maar in een kring staan!
- Toen de Baas van de Mollen vertrokken was keek Nemo de kring aanvoerders rond. {{Aut|Herzen, Frank
- Er zal een kring ontstaan waar de steen het water geraakt heeft, en die kring zal ogenblikkelijk uitdijen tot nog een kring, en nog een. {{Aut|Shafak, Elif
- Dat is in deze kringen niet gebruikelijk.
- Het bijzondere aan alleen reizen is dat je nieuwe mensen ontmoet. Thuis verkeerde ik meestal in mijn vertrouwde kringetjes.
Etymologie
:Noord: : kringur (: kringr)
Vertalingen
Engelscircle, halo, club
Franscercle, cercle, clique
DuitsKreis, Zirkel, Kreis
Spaanscírculo, redondel, corro
Italiaanscerchio, circolo
Portugeescírculo, círculo
Zweedskrets
Deenscirkel, kreds
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek