kringelen

/ˈkrɪŋələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) zich in cirkels blijven bewegen
    De rook kringelde boven de kampvuren omhoog.
    Een dag later, lopend door een brede kloof, zag ik een rookpluim in de verte omhoog kringelen.

Etymologie

*van het Middelnederlands cringelen; kan worden opgevat als (freqtt) kringen