woorden
boek
Start
›
B
›
baanwachter
baanwachter
mannelijk (de)
/'banwɑxtər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
beroep
(beroep) beambte die toezicht op een deel van een spoorweg houdt
Synoniemen
overwegwachter
Vertalingen
Spaans
guardavía
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← baanvlak
baanwachters →