babi

mannelijk (de)/ˈbabi/

Wat is de betekenis van babi?

babi betekent: (Nederlands-Indië) (landbouw) varken, zwijn; naam voor soorten uit het geslacht

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw (Nederlands-Indië) (landbouw) varken, zwijn; naam voor soorten uit het geslacht
  2. voeding (voeding) (Indische keuken) varkensvlees
  3. scheldwoord (Nederlands-Indië) (scheldwoord) varken

Voorbeelden van "babi" in een zin

  • De fietser moest volgens "damai"-vonnis een biggetje van f 5 slachten en dit met de noodige rijst thuis bij den ouden man bezorgen en tegelijk vergiffenis vragen. De twee vechtlustigen moesten ook een babi slachten van dezelfde waarde.
  • Soms brengen de Chinezen hun hele familie mee: moeder de vrouw, dik en welgedaan vanwege de ‘bami’ en de ‘babi’, in kabaja met kanten en veel gelang mas; en kleine kinderen met schuine muizenoogjes en opgesierd met onkinderlijke kettingen en slingers, waaraan medaillons en gouden munten.
  • "Hé Kampret! Babi loe!" schreeuwde ik woedend, geen acht slaand op de biologische onmogelijkheid.

Etymologie

*van "babi"