babylance

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbebiˌlɑ̃s/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ziekenwagen die speciaal bestemd is voor pasgeboren kinderen
    Een van de wagens is de zogenaamde babylance, te beschouwen als de couveuse-afdeling van een academisch ziekenhuis op wielen. Behalve de chauffeur zitten op die wagen een verpleegkundige en een anesthesist.

Etymologie

*versmelting van baby met ambulance, in de betekenis "ziekenwagen voor pasgeboren kinderen" aangetroffen vanaf 1977 (zie vindplaats hieronder)Deze vorm van ziekenvervoer werd voor het eerst in 1976 in Amsterdam ingevoerd. Aangezien er in het Engels geen vindplaatsen voor het woord zijn, lijkt de ontlening aan die taal in het Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten een misvatting.[https://krantenbankzeeland.nl/issue/pzc/1980-07-08/edition/0/page/11?query=babylance "Aanpassing wet ziekenvervoer: Officiële status voor 'babylances'" in: Provinciale Zeeuwse Courant jrg. 223 nr. 159 (8 juli 1980)]; p. 11, kol. 5-7; geraadpleegd 2019-11-09

Vertalingen

DuitsBaby-Notarztwagen, Neugeborenen-Notarztwagen
Deensbabyambulance