babymaïs
mannelijk (de)/ˈbebiˌmɑɪs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kookkunst) nog in hun geheel eetbare kolfjes van jonge maisplanten ()De parelhoen, een boutje met precies de goede garing, ligt tussen de popcorn, gegrilde maïs, in zuur gelegde babymaïs en polenta, het is een beetje zoet, maar toch verleidelijk lekker.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek