woorden
boek
Start
›
B
›
badbroek
badbroek
mannelijk/vrouwelijk (de)
/'bɑdbruk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
sport, kleding
(sport) (kleding) broekje om mee te zwemmen
De stoere jongens droegen lange zwembroeken.
Synoniemen
zwembroek
zwemshort
zwemslip
bermuda
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← badartikelen
badcel →