badjuffrouw

vrouwelijk (de)/ˈbɑtjʏfrɑu/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. Vrouw die toezicht houdt in een zwembad en vaak ook zwemles geeft
    Durft hij de sprong in het diepe aan of moet hij geholpen worden door badjuffrouw Pamela, die haar pupillen met liefdevolle doch besliste hand begeleidt bij het halen van hun zwemdiploma.