badkamer
mannelijk/vrouwelijk (de)/'bɑtkamər/
Wat is de betekenis van badkamer?
badkamer betekent: (sanitair), (vertrek) een vertrek waar men zich kan wassen en verzorgen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sanitair), (vertrek) een vertrek waar men zich kan wassen en verzorgen
Voorbeelden van "badkamer" in een zin
- De badkamer werd opnieuw ingericht.
- In de badkamer met een grote spiegel in een vergulde lijst was er met zichtbare tegenzin een moderne douchecabine aangebracht naast de antieke badkuip van email, die op vier bronzen pootjes in de vorm van leeuwenklauwen stond.
- Vaag hoorde ze hoe in de badkamer de stralen tegen de kunststofbodem van de douche kletterden.
Vertalingen
Engelsbathroom
Franssalle de bains
DuitsBadezimmer
Spaanscuarto de baño
Poolsłazienka
Zweedsbadrum
Deensbadeværelse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek