badkoets
mannelijk/vrouwelijk (de)/'bɑtkuts/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- door een paard voortgetrokken wagen waarmee men de zee in kan rijden om te gaan zwemmenHet is alsof er twee dorpen naast elkaar zijn, verbonden door een klein zandstrand, waar de badkoetsen op een rij staan te wachten op de toestromende bezoekers.Ook schafte hij drie badkoetsen aan. Zo’n koets werd met badgast en al door paarden in zee gereden.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek