badminton
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) sport waarbij een shuttle met behulp van een racket over een net geslagen moet wordenIk train iedere zaterdag voor badminton.
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels (zie aldaar de verdere etymologie). In de betekenis van ‘balspel’ in het Nederlands voor het eerst aangetroffen in 1915.
Vertalingen
Engelsbadminton
Fransbadminton
DuitsFederball, Badminton
Spaansbádminton
Italiaansbadminton
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek