badrand
mannelijk (de)/'bɑtrɑnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de rand van een zwembad„Toch vreemd om vandaag niet meer als coach van heren GZC Donk aan de badrand te staan”, meldt Reuten. „Het verschil van inzicht over het te voeren beleid was te groot, waardoor er processen ontstonden waar ik me niet mee kan en wil identificeren. Desondanks mooie tijd gehad”, aldus de opgestapte hoofdtrainer.Op Google Earth zijn op buitenplaatsen van diverse Nederlandse sauna's naakte mensen zichtbaar. Bij sauna Devarana in Den Bosch zit een bezoeker, op het eerste oog een man, wijdbeens te genieten in het buitenbad, zijn armen op de badrand.
- de rand van een bad waarin men zich kan wassenHeel veel mensen doen ontzettend hun best om zich te beschermen tegen coronavirus. Handen wassen, 1,5 meter afstand houden, in de binnenkant van de elleboog hoesten: die maatregelen kennen we allemaal inmiddels. Een vrouw uit Groot-Brittannië doet daar een schepje bovenop: ze doet alle boodschappen die ze in huis haalt eerst in bad. Evie Lancaster deelde op Twitter een foto van het tafereel. In het bad liggen onder meer een bloemkool, een krop sla, broccoli en bakjes Griekse yoghurt. Een verpakking ijs mag vanaf de badrand ’toekijken’.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek