bagagedrager

mannelijk (de)/ba'ɣaʒədraɣər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een rek op de fiets (of andere tweewieler) waarop bagage bevestigd kan worden
    Mijn bagagedrager is momenteel kapot en moet gerepareerd worden.
    De jongen fietste terwijl het meisje in amazonezit op de bagagedrager zat.

Vertalingen

Engelsluggage carrier
Fransporte-bagages
DuitsGepäckträger
Spaansportaequipajes
RussischВелосипедный багажник
Zweedspakethållare