bagagedrager
mannelijk (de)/ba'ɣaʒədraɣər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een rek op de fiets (of andere tweewieler) waarop bagage bevestigd kan wordenMijn bagagedrager is momenteel kapot en moet gerepareerd worden.De jongen fietste terwijl het meisje in amazonezit op de bagagedrager zat.
Vertalingen
Engelsluggage carrier
Fransporte-bagages
DuitsGepäckträger
Spaansportaequipajes
RussischВелосипедный багажник
Zweedspakethållare
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek