bagger

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. opgebaggerd sediment, natte modder
    Je hebt bagger aan je laarzen. Doe ze uit!
  2. figuurlijk, informeel (figuurlijk), (informeel) iets slechts, iets waardeloos
    Ik vind het allemaal bagger.
  3. tropische zuigvis

Etymologie

* In de betekenis van ‘slijk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1526