Bakboord

onzijdig (het)/ˈbɑɡbort/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) de linkerzijde als men vanop een schip naar de boeg kijkt
    Aan bakboord is een rood navigatielicht gemonteerd.

Etymologie

* In de betekenis van ‘linkerzijde’ voor het eerst aangetroffen in 1599

Vertalingen

Engelsport side, port, larboard
Fransbâbord
DuitsBackbord
Spaansbabor
Italiaansbabordo
Portugeesbombordo
Poolsbakbort, bakburta
Zweedsbabord