Baken

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een markering, meer in het bijzonder gebruikt in de lucht- en scheepvaart voor herkenningstekens
    Tijdens het varen moet je goed op de bakens letten want op het water zijn strepen die aangeven waar de waterwegen zijn.
    De vader was in moeilijke tijden altijd een baken voor zijn zoon.
    Ver aan de horizon was een baken zichtbaar.

Etymologie

* Leenwoord uit het Fries, in de betekenis van ‘vast merk dat vaarwater aangeeft’ voor het eerst aangetroffen in 1284

Uitdrukkingen

  • Als het getij verloopt, moet men zijn bakens verzetten (of verzet men de bakens)als de omstandigheden veranderen neemt men andere nieuwe maatregelen, en stelt men andere uitgangspunten en doelen
  • De bakens verzettende plannen veranderen wegens andere omstandigheden
  • Een schip op het strand is een baken in zeevan de fouten die anderen hebben gemaakt kun je zelf veel leren

Vertalingen

Engelsbeacon, buoy
Fransamer
Spaansboya