baker

vrouwelijk (de)/bakər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep, geschiedenis (beroep), (geschiedenis) een ongeschoolde vrouw die aan kraamverpleging deelnam
    Een baker hoorde een ervaren, wat oudere vrouw te zijn.

Etymologie

* In de betekenis van ‘kraamverzorgster’ voor het eerst aangetroffen in 1699

Vertalingen

Engelsdry-nurse, monthly nurse, nurse
Spaanscomadrona