baker

vrouwelijk (de)/bakər/

Wat is de betekenis van baker?

baker betekent: (beroep), (geschiedenis) een ongeschoolde vrouw die aan kraamverpleging deelnam

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep, geschiedenis (beroep), (geschiedenis) een ongeschoolde vrouw die aan kraamverpleging deelnam

Voorbeelden van "baker" in een zin

  • Een baker hoorde een ervaren, wat oudere vrouw te zijn.

Betekenis en uitleg van baker

Een baker is een persoon die zich bezighoudt met het bakken van brood en andere deegwaren. Deze vakman of -vrouw speelt een essentiële rol in de voedselvoorziening en brengt vaak heerlijke geuren en smaken met zich mee.

Het woord 'baker' wordt vaak gebruikt in de context van ambachtelijke bakkers, maar kan ook verwijzen naar industriële productie van brood. Je kunt het woord gebruiken om te verwijzen naar zowel een traditionele bakkerij als moderne bakprocessen. Dit maakt het een veelzijdig begrip in de culinaire wereld.

Voorbeelden

  • De baker uit het dorp maakt elke ochtend vers brood dat de hele buurt kan ruiken.
  • Tijdens mijn stage bij een bakkerij leerde ik veel over de technieken die een goede baker gebruikt.
  • Na het volgen van een cursus brood bakken, beschouw ik mezelf nu als een echte baker.

Woordoorsprong

Het woord 'baker' is afgeleid van het Middelnederlandse 'bacar', wat 'bakken' betekent. Dit benadrukt de kernactiviteit van het beroep.

Veelgestelde vragen over baker

Wat is de betekenis van baker?

baker betekent: (beroep), (geschiedenis) een ongeschoolde vrouw die aan kraamverpleging deelnam

Welk woordgeslacht heeft baker?

baker is een vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je baker in een zin?

Voorbeeld: “Een baker hoorde een ervaren, wat oudere vrouw te zijn.

Etymologie

* In de betekenis van ‘kraamverzorgster’ voor het eerst aangetroffen in 1699

Vertalingen

Engelsdry-nurse, monthly nurse, nurse
Spaanscomadrona