bakkenist

mannelijk (de)/bɑkə'nɪst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. "passagier" (bijrijder) bij motorrace-wedstrijden met zijspan
    Kimberly uit Lattrop is één van de vele kinderen die zondag eens mochten uitproberen hoe het aanvoelt om op een crossbaan in een zijspan mee te racen als bakkenist.
    Voor de lokale matador, bakkenist Dion Rietman uit Holten, eindigde de race om het wereldkampioenschap zeer teleurstellend.

Etymologie

* afleiding van bak