bakplaat
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbɑkplat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (huishouden) (kookkunst) ijzeren plaat in een oven waarop het deeg geplaatst wordtZe liep de woonkamer binnen, in haar handen een bakplaat met iets wat op aangebrande zoete aardappelen leek.
Vertalingen
Spaansbandeja de horno
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek